Voor Hans voelde de stap naar de buitenschoolse opvang heel logisch. In het begin van zijn loopbaan stond hij voor de klas en werkte later in het bedrijfsleven. “Maar het werken met kinderen vind ik het allerleukst,” vertelt hij.
De bso past perfect. Met oudere kinderen kun je echt contact maken, grapjes maken en samen dingen beleven.
Dat zien de kinderen ook. Als Hans binnenkomt, klinkt zijn naam vaak al door de ruimte. “Ze vragen hoe oud ik ben, of ik opa ben. Dat maakt niet uit,” lacht hij. “Het contact is gewoon open en gezellig.”
Luka herkent dat meteen. “Mijn vader is heel speels. Hij doet echt mee.” Ze herinnert zich een moment waarop dat haar ineens raakte. “Ik kwam één keer binnen en zag mijn vader op de grond zitten met allemaal kinderen om hem heen, gitaar erbij,” zegt Luka. “Ik dacht alleen maar: dit is zó leuk om te zien.”
Hans staat bekend om zijn speelse manier van werken. Tikkertje, stoeien, zangspelletjes of gewoon iets verzinnen met wat er ligt. “Je moet het kind in jezelf niet kwijtraken,” zegt hij. “Als je zelf plezier hebt, voelen kinderen dat meteen.”
Luka groeide daarmee op. “Mijn vader was altijd bezig met spelletjes verzinnen. Met een bal, een hoepel of gewoon iets wat er lag. Dat doe ik nu op de bso ook. Soms ontstaat er uit niets een heel spel.”
Samen organiseerden ze ook Gluren bij de Buren. Kinderen traden op voor ouders en buurtgenoten. “Ze verzonnen alles zelf,” vertelt Hans. “Dansjes, muziek, presenteren."
Dat ouders achteraf zeiden: ‘Ik had nooit gedacht dat mijn kind dit durfde,’ vond ik misschien wel het mooiste.
Elkaar tegenkomen op het werk voelt heel normaal. “Daar zijn we gewoon collega’s,” zegt Luka. “Geen vader-dochtergedoe.” Hans vult aan: “We kennen elkaar goed en vullen elkaar aan. Dat werkt ontspannen.” Thuis gaat het soms nog over werk.
We begrijpen elkaars wereld. Dat maakt het leuk!
Je merkt het aan alles: betrokken collega’s , vertrouwen en ruimte om jezelf te zijn. Dat maakt dat je hier blijft