Ciska begon in 1979 bij Klein Draekesteijn en werkte 47 jaar bij Bink! Ze zag de opvang veranderen en bleef al die tijd doen wat ze het liefst doet: er zijn voor kinderen. “Het is eigenlijk gewoon gebeurd,” zegt ze nuchter. “Ik heb er nooit zo over nagedacht. Ik vind kinderen gewoon heel leuk.”
Nog voordat ze hier werkte, kende ze de plek al. “Ik fietste bijna elke dag langs het gebouw. Ik dacht toen al: als ik klaar ben met mijn opleiding wil ik daar werken. Het trok me aan.” Toen ze er eenmaal startte, bleek het ook echt te kloppen. “Het is een fijne werkplek.”
Het mooiste is dat families terugkomen . Dat voelt als een groot compliment .
Als Ciska terugdenkt aan ‘vroeger’, moet ze ook lachen om hoe het ging met bijvoorbeeld slapen. “Tussen één en drie moesten alle kinderen naar bed. De bedjes werden dan in de groepsruimte gezet en er zat één collega bij die ‘wacht hield’.” Nu zijn er aparte slaapruimtes. “Dat is echt een verbetering. Het is nu veel logischer en rustiger.”
In de jaren dat Ciska bij Klein Draekesteijn werkt, is de opvang veel professioneler geworden. “Vroeger kon er van alles. Er werd minder gekeken naar regels en kindratio.” Ook de manier van werken veranderde: “Nu is het vrijer en bewuster. Door workshops en cursussen denk je meer na over wat je doet en waarom.” En er was vroeger minder budget. “We kregen veel van ouders. Je deed het met wat er was en je verzon zelf activiteiten.”
Soms ziet Ciska iets heel bijzonders gebeuren: ouders die vroeger zelf als kind bij Klein Draekesteijn zaten, brengen nu hun eigen kind. Ze vindt dat een groot compliment. “Aan gezichten herken ik het vaak meteen. Dan denk ik: jij lijkt precies op je moeder of vader.”
Dan hoor je dat ze het hier fijn hadden . En dat ze bewust weer voor ons kiezen of zelfs voor mij! Dat maakt me enorm trots.
Ciska is dit jaar met pensioen gegaan. Tegen mensen die twijfelen over werken in de kinderopvang zegt ze: “Het kan soms zwaar zijn, zeker als kinderen extra ondersteuning nodig hebben. Maar je doet het samen. En je krijgt er veel voor terug.”